FCI-standaard

F.C.I.-STANDAARD No 313/ 14-04-1999


NEDERLANDSE SCHAPENDOES

Vertaling: Mevr. A.J.C. Schneider-Louter

Oorsprong
: Nederland

Datum van publicatie van de originele erkende standaard: 26-03-1992

GEBRUIK
De Nederlandse Schapendoes is een herdershond, die gebruikt werd voor het hoeden van schaapskudden en die vandaag aan de dag nog steeds voor hetzelfde gebruikt wordt. Daar schaapsweiden gewoonlijk gelegen zijn in rustige, eenzame gebieden van het land, is het nodig dat de Schapendoes beschikt over groot uithoudingsvermogen, beweeglijkheid en snelheid. Grote springkracht is hierbij noodzakelijk, evenals de intelligentie om zelfstandig te kunnen handelen. Hij moet een herdershond zijn in karakter, lichaam en ziel.

INDELING
Groep 1: Herdershonden en veedrijvers (uitgezonderd de Zwitserse Sennenhonden).
Sectie 1: Herdershonden. Zonder verplicht werkdiploma.

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING
Aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw kwam de Nederlandse Schapendoes overal voor waar heide en schaapskudden waren. De herders waardeerden hem voor zijn moeiteloos plezier waarmee hij zijn werk verrichtte en voor zijn intelligentie.

Hij behoort tot de grote groep van langharige herdershonden met dicht behaard hoofd. Hij is verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de Bergamasco en de Duitse Schafpudel van de variƫteit die in Hessen, Odenwald en in het Nederrijn gebied voorkomt. Al deze op elkaar gelijkende honden zijn verkleinde mutaties van de Berghonden.

De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van dit ras. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij interesse te kweken voor dit ras.

Tussen 1940 en 1945 werden exemplaren van de bijna verdwenen Schapendoes overal waar hij ze maar vond, gebruikt voor de fok.

De Vereniging ‘De Nederlandse Schapendoes’ werd in het jaar 1947 opgericht en in 1952 werd het ras voorlopig erkend door de Raad van Beheer.

In 1954 werd de standaard vastgesteld en werd het ras opgenomen in het Stamboek.

De definitieve erkenning volgde in 1971. Hierna wordt alleen nog maar gefokt met geregistreerde honden.

ALGEMENE VERSCHIJNING
De Nederlandse Schapendoes is een lichtgebouwde langharige hond met een schouderhoogte van 40 tot 50 cm. In zijn bewegingen is hij verend en licht. Hij is een opmerkelijke springer.

GEDRAG EN TEMPERAMENT
De Schapendoes is een normaal en evenredig gebouwde herdershond met een levendig, alert en moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en trouw. Hij is vrolijk, enthousiast, vriendelijk en temperamentvol.

HOOFD
De overvloedige beharing doet het hoofd groter en vooral in schedel, breder lijken.

SCHEDEL
De schedel is bijna plat, met een matige groef en duidelijk aanwezige wenkbrauwbogen. De schedel is vrij breed in verhouding tot de lengte: de breedte is iets groter dan de afstand tussen de stop en de achterhoofdsknobbel.
De stop is duidelijk aanwezig, maar niet diep.

AANGEZICHT

  • Neus: De neuslijn ligt iets lager dan de lijn van de schedel.
  • Snuit: De snuit is korter dan de afstand tussen stop en de achterhoofdsknobbel. De snuit versmalt nauwelijks, blijft diep en eindigt breed, is alleen een beetje afgerond op het eind. Van opzij gezien moet bij gesloten mond de onderkaak duidelijk zichtbaar zijn.
  • Tanden: Normaal ontwikkeld schaargebit.
  • Wangen: Sterk uitspringende jukbeenderen.
  • Ogen: De ogen zijn vrij groot, rond en liggen normaal in de oogkassen. Ze zijn meer voor in het hoofd dan opzij geplaatst. De kleur is bruin; zij mogen niet de indruk wekken zwart te zijn. Het oogwit mag alleen bij sterk opzij kijken zichtbaar worden. De uitdrukking is vrijmoedig, eerlijk en levendig. Vorm, kleur en uitdrukking zijn erg karakteristiek voor het ras.
  • Oren: Deze zijn vrij hoog aangezet, niet groot en niet vlezig. Ze hangen vrij, maar niet dicht tegen het hoofd. Ze zijn rijkelijk behaard en beweeglijk, maar mogen niet boven de schedellijn uitkomen.

HALS
Het hoofd wordt door een krachtige en droge hals hoog gedragen.

LICHAAM
De Schapendoes is iets langer dan hoog. Het skelet is licht gebouwd, buigzaam en veerkrachtig.

  • Ruglijn: Gewelfd over de sterk gespierde lendenen.
  • Borst: Diep. De ribben zijn matig tot goed gewelfd en lopen ver door naar achteren.

Onderlijn en buiklijn: Niet te sterk opgetrokken.

STAART
De staart is lang, goed behaard en bevederd. De manier waarop de hond zijn staart draagt, is kenmerkend voor dit ras. Bij rust hangt hij neer.Bij draf wordt hij vrij hoog gedragen en beweegt licht gebogen duidelijk heen en weer. Bij galop strekt hij zich waterpas. Bij het springen dient de staart onmiskenbaar tot roer. Bij aandacht is de staart soms sterk geheven. Hij mag echter nooit stijf over de rug gedragen worden.

LEDEMATEN

  • Voorhand: De voorbenen zijn recht en licht van bot. De voorhand moet goede hoekingen en voorborst tonen.
  • Voormiddenvoet: Veerkrachtig.
  • Achterhand:
  • Bekken: Goed hellend.
  • Spronggewricht: Matig gebogen en goed gespierd, en laag.

VOETEN
De voeten zijn tamelijk groot en veerkrachtig, ze hebben een brede ovale vorm. De tenen zijn aangesloten. De kussens zijn dik en verend met ruim haar ertussen. Hubertusklauwen zijn toegestaan.

GANGWERK
Omdat de Schapendoes bij het werk meer galoppeert dan draaft, moet het gangwerk lichtvoetig en verend zijn, zonder overbodig energieverbruik. Hij moet goed kunnen springen en snel kunnen wenden.

VACHT

  • Haar: De Schapendoes heeft een dichte vacht met voldoende ondervacht. De beharing is lang, minstens 7 cm op de achterhand. De haren zijn niet streng recht, maar golven iets. Uitgesproken krulhaar (kroeshaar) is niet toegestaan. De haren groeien dicht opeen, zijn dun en droog, vooral niet zijdeachtig. De vacht heeft de neiging, daar waar deze lang is, in plukjes van elkaar te gaan staan, waardoor de Schapendoes, vooral achter, een grote omvang krijgt. De Schapendoes heeft een geduchte kuif, snor en baard.
  • Kleur: Alle kleuren zijn toegestaan. Voorkeur gaat echter uit naar blauwgrijs tot zwart.

GROOTTE
Schofthoogte:
voor reuen: 43 – 50 cm
voor teven: 40 – 47 cm

FOUTEN
Elke afwijking van voorgaande punten dient als fout beschouwd te worden. De wijze waarop deze wordt aangerekend moet nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin de fout aanwezig is.

DISKWALIFICERENDE FOUTEN
Een Schapendoes die zich bang en/of vals toont in de ring wordt uitgesloten.

NOOT
Bij reuen dienen twee normaal ontwikkelde testikels in het scrotum te zijn ingedaald