Verslag Fokkersbijeenkomst 27 oktober 2018

Op 27 oktober hebben we ons fokkersoverleg gehouden in Woudenberg. Dhr. Jack Windig en studente Lobke Stilting waren uitgenodigd om hun onderzoek naar de Schapendoes populatie te presenteren. Het bestuur had de Wageningen University & Research (WUR) gevraagd om een onderzoek te doen en advies te verstrekken voor ons fokbeleid. De lezing van dhr. Windig was, in het belang van de populatie, toegankelijk voor leden en niet-leden. De presentatie van dhr. Windig is beschikbaar via de links bij dit artikel, evenals de thesis van Lobke Stilting. De onderzoeksgegevens zullen verder met de ISF en onze zusterverenigingen worden gedeeld en er zal worden getracht internationale samenwerking te bereiken qua fokbeleid.

Dhr. Windig heeft een algemene inleiding gegeven over zijn werk bij de WUR en over wat populatie beheer precies is. Hij heeft uitgelegd waarom het nodig is hier aandacht aan te schenken. Hij gaf een spoedcursus over DNA, IC en inteelt. Daarbij spitste hij toe op waarom inteelt een groot risico is in de huidige fokkerij. Hij heeft uitgelegd wat je kunt doen om inteelt te voorkomen en welke methodes de WUR heeft onderzocht voor het onderzoek, en welke methode het meeste effect heeft. Dhr. Windig heeft uitgelegd hoe de Schapendoes populatie op dit moment is samengesteld en wat de veranderingen over de jaren zijn geweest. Hij gaf aan dat ons ras over een van de meest complete stamboeken beschikt die hij ooit heeft gezien, dus we kunnen de onderzoek data als zeer betrouwbaar beschouwen.

In het kort vertelde hij dat de Schapendoes populatie er redelijk voor staat, lang niet zo slecht als andere rassen, maar het kan altijd beter. De fokmaatregelen tot nu hebben gewerkt, maar dit is geen reden om achterover te leunen en verder niets te doen. Problemen gerelateerd aan inteelt komen dan sneller op ons af dan ons lief zal zijn, voorkomen is beter dan genezen.

Het maximale IC per combinatie zoals we dat momenteel hanteren (max 30) heeft op korte termijn (de eerste 20 jaar) effect op het laag houden van de inteelttoename per generatie. Dhr. Windig heeft uit de doeken gedaan dat we dat onder de 0,5% stijging moeten houden om de populatie gezond te houden. Op langere termijn heeft werken met Mean Kinship (verwantschap) een beter effect, dan stijgt de inteelt in de populatie nog minder snel. Windig zal uitzoeken met Zooeasy wat de mogelijkheden zijn om deze cijfers per hond te kunnen berekenen, voor de gehele populatie. Een combinatie van beide methodes is nog meer aan te bevelen. Verder geeft hij aan dat we ons moeten realiseren dat fokken emotie is, en dat belangen van de individuele fokker niet altijd gelijk zijn aan die van het populatie belang. Voor het populatie belang draait alles om zoveel mogelijk fokdieren te gebruiken, vervolgens de fokdieren met een lage verwantschap aan de populatie, en eventueel dan daarnaast ook ouderdieren in een combinatie met een zo laag mogelijke verwantschap aan elkaar. Verder is dhr. Windig van mening dat je pas moet gaan testen op een aandoening als iets een probleem lijkt te worden in de populatie, en dan moeten alle honden getest worden (niet alleen fokdieren) om na analyse van de onderzoeksdata die er daarna is, te bepalen of en wat voor maatregelen moeten worden genomen. Voorkomen moet worden dat er veel te veel honden worden uitgesloten voor de fokkerij. Het gebruik van DNA-analyse voor de fokkerij biedt volgens dhr. Windig voordelen indien de stambomen niet compleet zijn of veel fouten bevatten. Bij ons zal dit niet veel toevoegen.

Het bestuur heeft de aanwezigen het volgende voorstel gepresenteerd als nieuwe optie voor fokbeleid:
– Reuen maximaal 3x per 24 maanden laten dekken (nationaal en internationaal).
– Gaan werken met Mean Kinship.
– Max. IC per combi verhogen van 30 naar 31.

Daarnaast zou het bestuur willen starten met het geven van meer opleiding en voorlichting aan haar leden. Te denken valt aan meer verdieping in populatiegenetica, een fokkerscursus en dekreuenbegeleiding. Geïnteresseerden om hieraan mee te werken kunnen zich melden bij het bestuur. Leden kunnen, indien gewenst, naar het bestuur reageren met alternatieve opties dan de gepresenteerde, welke dan ter overweging zullen worden genomen.

De commissie populatie onderzoek
Irma Thissen en Marjolein Flobbe

Bijlagen:

Inteeltbeheersing Schapendoes
Thesis Lobke Stilting Nederlandse Schapendoes