Fokbeleid

Het bestuur van de VNS heeft in 2018 de Wageningen Universiteit gevraagd om de Schapendoes populatie te onderzoeken. We hebben dit gedaan omdat rashonden, hondenfokkerij en hondenshows erg onder vuur liggen. Veel partijen zijn tegen het fokken van honden en claimen dat er alleen maar ongezonde rashonden gefokt worden en dat fokkers slechte mensen zijn die met opzet met zieke honden fokken.

Verscheidene Nederlandse hondenrassen verkeren in zwaar weer en zijn genoodzaakt outcross programma’s in te voeren, in samenwerking met de Raad van Beheer. De VNS wilde weten hoe de stand van zaken is in de Schapendoes populatie en hoe wij ons kunnen voorbereiden op de toekomst. We willen kunnen aantonen dat wij verantwoord fokken. Daarom moeten wij de problemen van de rashondenfokkerij erkennen en de problemen aanpakken:

  • We werken aan educatie en het bewust maken van onze fokkers om nóg gezondere rashonden te gaan fokken.
  • We werken mee aan het project Inteelt en Verwantschap van de Raad van Beheer
  • We werken mee aan Fairfok: het projectplan voor gezondere en socialere rashonden van de Raad van Beheer.
  • We werken aan een houdingsverandering in de rashondenfokkerij in het algemeen.

 Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat:

  • Hoe meer fokdieren worden ingezet, hoe lager de inteelt er in een populatie is.
  • Hoe schever de verhouding ingezette reuen/ingezette teven is, hoe meer inteelt er in een populatie is.
  • Hoe gelijker de verdeling van het aantal nesten over ingezette dekreuen, hoe minder inteelt er is in de populatie.
  • Hoe verwanter de combinatie van reu/teef, hoe meer inteelt er is in de populatie.

 Misverstanden: inteelt is goed:

 Als je type wilt vastleggen, moet je wel lijntelen:

 -je legt ook zeer ongewenste, minder zichtbare kenmerken vast

 -je kunt geluk hebben, maar intelen is het nemen van flink risico op problemen.

 Rassen zijn ontstaan door inteelt:

-dat is inmiddels vele generaties geleden, toen men niet anders kon i.v.m. te weinig beschikbare honden. De Schapendoes is geen ras in opbouw meer, we kunnen nu wél anders.

-inteelt op zich is onbelangrijk, de toename van inteelt in de populatie is wat van belang is.

 Inteelt wordt in de wetenschap ook gebruikt, bij varkens- en kippenfokkerij:

-daar worden grote getallen lijnen gebruikt, met grote aantallen dieren. Onvergelijkbaar met hondenfokkerij

Om een verbeterd fokbeleid te gaan voeren, waarmee we gezondere honden fokken, is het nodig dat er aan genetisch management wordt gedaan. We moeten constant monitoren: 

  • Hoe staat het ras ervoor?
  • Wat is de omvang van de populatie
  • Hoe is de structuur van de populatie
  • Wat is de mate van inteelt en verwantschap
  • Wat is de mate van inteelttoename

Afhankelijk van de resultaten, nemen we maatregelen om de populatie te beheren. Het fokbeleid voor de komende jaren zal zich richten op:

-het invoeren van Mean Kinship. Simulaties in het WUR hebben aangetoond dat deze maatregel het meeste effect heeft op het minimaliseren van inteelttoename op de lange termijn.

-Inteelt coëfficiënt voor een combinatie <31% (onbeperkt aantal generaties) totdat MK ingevoerd kan worden. We moeten extreme inteelt minimaliseren. Deze maatregel heeft op de korte termijn effect, maar op de lange termijn minder dan Mean Kinship.

-Reuen mogen 3 teven dekken binnen 24 maanden.

Om een betere verhouding van ingezette reuen en teven te bereiken moet er een maximum aan het aantal dekkingen worden gesteld per reu.  Daarnaast moeten we meer reuen beschikbaar krijgen voor de fok.

Het VNS bestuur stelt zich ten doel om bewustwording van de noodzaak van genetisch management van de populatie internationaal te bewerkstelligen.