Gezondheidsonderzoeken

Iedere Schapendoes waarmee gefokt gaat worden moet 2 oogonderzoeken ondergaan.

  1. Het ECVO-onderzoek is één jaar geldig.
  2. De PRA Gentest behoeft maar éénmaal plaats te vinden.

ECVO OOGONDERZOEK

Gedetailleerde informatie over het ECVO (European College of Veterinary Ophthalmologists) oogonderzoek en vooral ook wat voor regels er worden gehanteerd kunt u vinden op de site van de Raad van Beheer onder “Oogonderzoek”.  De namen en adressen van de verschillende oogspecialisten die door de ECVO erkend zijn vindt u ook op de site van de Raad van Beheer.

De VNS volgt de adviezen van de ECVO specialisten, zoals beschreven in het ECVO Manual, hoofdstuk 8: The Veterinary ophthalmologists’ advice met betrekking tot de fokkerij. Via de link kunt u het thans geldende hoofdstuk 8 downloaden.

GPRA GENTEST

Directe gentest beschikbaar voor gPRA bij de Schapendoes

De mutatie die verantwoordelijk is voor PRA (progressieve retina atrofie) bij de Schapendoes is enige tijd geleden al gevonden. Het Expertise Centrum Genetica Gezelschapsdieren (ECGG) in Utrecht voert deze test uit. Het ECGG geeft de testresultaten van alle door hen geteste Schapendoezen door aan de Schapendoes rasverenigingen. De diagnostiek is nagenoeg 100% nauwkeurig. Voor fokdoeleinden kunnen heterogene individuen (dragers +-), normaal gezonde genotypen (homozygoot ++) en lijders (homozygoot mutant –) betrouwbaar worden onderscheiden. De rekening voor het onderzoek wordt u tezamen met de uitslag toegezonden. Het ECGG biedt ook de mogelijkheid om naast de gPRA-test gelijktijdig een DNA-profiel aan te vragen. In deze links vindt u een onderzoeksformulier dat u kunt invullen.

gPRA DNA test form

Overhandig het formulier aan uw dierenarts. De dierenarts leest met een chipreader de microchip van uw hond uit om te controleren of het chipnummer overeenkomt met het nummer op de stamboom van de voor de test aangeboden hond. Voor een goed resultaat is voorkeur om de test te doen met bloedmonsters. Hiervoor graag een EDTA-buisje bloed insturen, met 2 tot 4 ml bloed. Elk buisje moet voorzien zijn van een sticker met daarop het chipnummer en de naam van de hond. Indien bloedafname echt niet lukt, kunt u ook minimaal 2 swabs inzenden, hier zijn echter extra kosten aan verbonden. De monsters hoeven niet gekoeld te worden, maar moeten wel direct verzonden worden. De buisjes moeten goed verpakt worden om breuk te voorkomen (enveloppe bekleed met plastic noppenfolie).  Het ECGG gaat de aangeboden testen verzamelen en periodiek verwerken, hou daarom rekening met een wachttijd voordat de uitslag bekend is. De test moet minimaal 2 maanden voor een verwachte dekking ingestuurd worden. 

Verder meesturen:

  • Een kopie van de stamboom.
  • Het ingevulde en ondertekende onderzoek formulier.

 Alles samen verzenden naar:

DNA diagnostics
UVDL
Postbust 85422
3508 AK Utrecht

Waarom bloed en geen swabs zoals in het verleden?

Het eerste laboratorium Bochum heeft sinds het begin van de research naar gPRA het DNA van alle door hen geteste honden in een DNA-bank opgeslagen. Dit DNA is beschikbaar voor eventueel verder onderzoek, maar voor toekomstige research naar eventuele andere afwijkingen bij de Schapendoes minder geschikt dan vol bloed. Het tweede laboratorium Biofocus heeft ook materiaal opgeslagen. Nu biedt het ECGG, naast de gPRA test, ook de gelegenheid om van alle geteste honden het toegezonden bloed op te slaan (kosten inbegrepen in de testprijs). We werken eraan om al het in het verleden verzamelde materiaal op 1 centrale plek op te slaan. Met dit bloed kan veel beter onderzoek gedaan worden naar andere mogelijk erfelijke afwijkingen . In bloed zit niet alleen het DNA van de hond, maar ook veel andere stoffen, die informatie kunnen verschaffen bij toekomstige research. Om goede research te kunnen doen is veel DNA nodig.

 Bij een swab bestaat het risico dat er niet voldoende slijmvliesweefsel op zit of dat de swabs besmet raken door bijvoorbeeld schimmel of tijdens de afname door aanraking met de vingers. Dan is er te weinig celmateriaal aanwezig en kan er onvoldoende DNA worden geïsoleerd. Het uitvoeren van de test kan daardoor onmogelijk worden en dan zijn een nieuwe monsterafname en nieuwe test (met bijbehorende kosten) noodzakelijk.