’t Geuzenheim

“IK PROBEER EEN MOOI UITERLIJK TE COMBINEREN MET EEN GOEDE GEZONDHEID EN EEN PLEZIERIG KARAKTER”

Fokker van Schapendoezen, hoe is dat zo gekomen? Het heeft een hele lange aanloop gehad. In 1965 kwam de eerste hond in mijn leven; Timmy, een keeshondje uit het asiel, kwam in mijn ouderlijk huis toen ik op de middelbare school zat. Met Timmy ben ik al op gehoorzaamheidscursus geweest, iets wat in die tijd niet zo vanzelfsprekend was. Timmy heeft heel lang deel uitgemaakt van ons gezin en is bijna achttien jaar geworden.

Toen ik een eigen huishouden had, kwam opnieuw een asielhondje in huis, een grijs, kortgeknipt teefje van ongeveer drie jaar met prachtige donkerbruine ogen. Gipsy, zoals we haar noemden, was een lief en vrolijk hondje. Naarmate de vacht begon te groeien veranderde haar uiterlijk, en toen ik op een hondententoonstelling een grijze Schapendoes zag staan, kreeg ik het gevoel “Gipsy is een Schapendoes!”

Ik ben lid geworden van de vereniging De Nederlandse Schapendoes (1975) en op geen enkele activiteit waar we met Gipsy aanwezig waren, viel ze uit de toon. Echt of niet, we hebben haar altijd “behandeld” als een Schapendoes. We hebben ons steeds meer verdiept in het ras en daarmee is de liefde voor de Schapendoes geboren. Toen Timmy overleed, leek Gipsy erg eenzaam en stil en al snel zijn we op zoek gegaan naar een schapendoespuppy. Dat werd Dûfke van Ramibo, een zwarte pup die uitgroeide tot een grijze Schapendoes met veel werklust, maar ook erg pittig.

Naarmate ik langer in de hondenwereld rond liep, begon het toch te kriebelen: ik wilde een Schapendoes waarmee ik wellicht een nestje zou kunnen fokken. Via Verony Hagelen kwam het zwarte doesje Geintje in ons leven, ruim twee jaar later gevolgd door de zwart-witte Wobke (Wobke Bontje van Wietse Sebastiaan). Wobke zou de stammoeder worden van mijn kennel ʼt Geuzenheim.

VOORAF
Ik ben sinds 1975 lid van de rasvereniging “De Nederlandse Schapendoes”. Bij het fokken van schapendoezen houd ik mij aan de regels die de rasvereniging hanteert voor gezondheid en uiterlijk. Om met een Schapendoes te mogen fokken, moet zij qua uiterlijk voldoen aan de rasstandaard. Dit wordt bekeken op een fokkeuring (inventarisatie) van de rasvereniging of daarnaast 2 x een “Uitmuntend” of “Zeer Goed” beoordeling op een officiële hondententoonstelling. Verder wordt de gezondheid bekeken, vooral op erfelijke oogafwijkingen wordt gescreend d.m.v. een onderzoek door een speciale dierenarts en een bloedtest op het gen dat PRA kan veroorzaken. Daarnaast heb ik mijn honden laten röntgenen op HD (heupdysplasie). Dit is niet verplicht door de rasvereniging, maar vind ik wel belangrijk

Als het teefje goedgekeurd is voor de fok, moet er een bijpassende reu gezocht worden. Daarmee ben je natuurlijk al lang bezig; je kijkt naar honden op de show, loopt mee met een regiowandeling, kijkt op de dekreuenlijst die de vereniging op de website heeft staan en vooral: praat veel met schapendoesmensen die al jaren in de
doezenwereld rondlopen. Een reu moet voldoen aan de eisen voor uiterlijk en gezondheid, maar ook het karakter is belangrijk! Voordat een dekking mag plaatsvinden moet de combinatie door de FAC (= Fok Aangelegenheden Commissie) van de rasvereniging worden bekeken en goedgekeurd. Door de FAC wordt gekeken naar de achtergrond van beide honden, de mate van verwantschap en het voorkomen van bepaalde ziekten in beide lijnen. Zoals bij elke rashond, komen bij Schapendoezen een aantal erfelijke ziekten voor. Oogziekten zoals Cataract en PRA behoren daartoe, maar daarnaast ook bepaalde hartafwijkingen en nierziekten. De FAC heeft veel kennisvan Schapendoezen en kan de mogelijkheid tot het voorkomen van bepaalde ziekten soms beter inschatten dan de fokker.

Naast uiterlijk speelt ook het karakter een grote rol, en dat is een factor die je als fokker grotendeels zelf moet bepalen. Schapendoezen kunnen behoorlijk pittige honden zijn, heel plezierig voor iemand die veel met de hond wil “werken”, maar het grootste deel van de Schapendoezen zijn “gewoon” huishonden die in een woonwijk moeten leven en moeten kunnen omgaan met andere honden en de woonomgeving. Als fokker probeer ik een mooi Schapendoes-uiterlijk te combineren met een goede gezondheid en een plezierig karakter.

DEKKING EN DRACHT
Als de combinatie is goedgekeurd door de FAC, begint de spanning te komen. Wanneer wordt de teef loops? Niet alle honden hebben een heel regelmatige cyclus. En dan: wanneer kan ze gedekt worden, gaat de dekking lukken? Dat is ook niet altijd vanzelfsprekend. Ik probeer ervoor te zorgen dat de honden elkaar vooraf al eens gezien hebben, samen gewandeld en samen gespeeld. Maar dat de dekking dan automatisch meteen goed gaat is geen garantie! Gelukkig komt het bijna altijd goed, soms is de hulp van een ervaren fokker nodig, zeker bij honden waarvoor het de eerste keer is. Hoewel, je hebt ook natuurtalenten! Als je teefje gedekt is, begint de eerste periode van wachten. De eerste weken verandert er niet zoveel. Sommige teven zijn vanaf de dekking al meteen “zwanger” in hun manier van doen, anderen blijven tot 8 weken zeer actief totdat de dikke buik echt in de weg gaat zitten. Veel fokkers laten 4 weken na de dekking een echo maken om te zien of de teef drachtig is. Een spannend moment: aan de teef zelf kan je nog niets zien maar op de echo zie je dat er pups komen!

Na de echo weet je het zeker, en kunnen de daadwerkelijke voorbereidingen beginnen. Werpkist in orde maken, benodigde spullen verzamelen, héél veel kranten sparen, lijstje met toekomstige pupeigenaren bijhouden, enzovoorts.

BEVALLING
De laatste dagen stijgt de spanning voor de bevalling. Is alles in orde, liggen telefoonnummers klaar, wanneer gaat de teef echt beginnen? Vooral het eerste nestje van Wobke was heel spannend, je kunt nog zoveel lezen en horen hoe een bevalling kan gaan, maar het zelf beleven is toch anders. Veel steun heb ik daarbij gehad van de fokker van Wobke, eindeloos vaak heb ik met Verony aan de telefoon gezeten. Maar het ging allemaal goed, en er lagen 7 gezonde en glanzende pups in de werpkist. In de loop der jaren ben ik bij heel wat bevallingen betrokken geweest, ook bij bevallingen van de honden van vrienden mocht ik aanwezig zijn en – indien nodig – helpen. Iedere bevalling is weer anders, en steeds is het weer een wonder als de moederhond en kinderen rustig, tevreden en vooral gezond in de werpkist liggen.

In de nesten die ik zelf heb gehad, heb ik – wat fokken betreft – van alles meegemaakt. Een bevalling die eindigde in een keizersnede, met gelukkig nog 2 levende pups naast de 3 pups die Kiki zelf had geworpen. Een bevalling waarbij het eerstgeboren pupje dood bleek te zijn, en de moederhond Else die alsmaar bleef zoeken naar haar pup
totdat eindelijk de volgende pup geboren werd. Een nestje waarbij een pupje niet wilde groeien en uiteindelijk is overleden. Een nestje waarin een pupje geboren werd met een misvormd voorpootje. En dan het nest van Else in april 2005. Na de 5e pup wilde Else, normaal een super-moeder, niets van de pasgeboren pups weten, ze was duidelijk niet in orde. In 1,5 dag werd ze steeds zieker en uiteindelijk kwamen we in Utrecht op de Uithof terecht, waar Else ʼs nachts geopereerd werd. Ze bleek een gescheurde baarmoeder te hebben met buikvliesontsteking, en heeft het ternauwernood overleefd. Thuis had ik 5 gezonde, maar nu moederloze pups. Opnieuw bracht Verony uitkomst. De pups van haar teef Hoppa, een goede moederhond, waren net de deur uit en Hoppa heeft 1,5 week voor de pups van Else gezorgd. Zogen konden de pups niet bij haar, maar Hoppa heeft ze met veel overgave verzorgd en gekoesterd. Voor de voeding moest ik zorgen, sondevoeding om de 2 uur, dag en nacht… Het waren zware weken, met de zorg voor de pups en de angst of Else alles goed zou doorstaan. Maar gelukkig is alles goed terecht gekomen, en Else en haar dochter Jouke lopen hier nog steeds vrolijk en gezond rond. Maar gelukkig gaat het meestal goed en liggen na de bevalling moeder en pups tevreden in de werpkist.

PUPS
Mijn honden wonen en leven in huis. En dat geldt ook voor de pups. In de woonkamer staat de werpkist en later de ren voor de pups. Ruim 8 weken draait het leven hier in huis volledig om en met de pups. Als ze oud genoeg zijn mogen ze regelmatig in de woonkamer rondlopen, ze komen in aanraking met andere honden, met mensen, met de stofzuiger en alle geluiden en gebeurtenissen die bij een huishouden horen. Ik heb zelf geen (klein)kinderen, maar wel vrienden met kinderen die regelmatig met de pups komen spelen, zodat de pups ook aan kinderen gewend zijn. Nadat de pups op de leeftijd van 6 weken de 1e enting hebben gehad, gaan ze mee voor kleine wandelingetjes in de woonwijk, eerst samen met een stabiele volwassen hond, later alleen. Ook gaan we naar het winkelcentrum en tuincentrum, ze gaan mee in de auto, we gaan naar onbekend terrein waar de pups kennis maken met vreemde maar vertrouwde niet-schapendoezen zodat ze zoveel als mogelijk is gesocialiseerd worden. De a.s. nieuwe eigenaren mogen in principe vanaf het moment dat de pups 1 week oud zijn, komen kennis maken. De eerste dagen heeft de moederhond rust nodig om aan de pups en de nieuwe situatie te wennen. Daarna is bezoek meer dan welkom! Tijdens de bezoekjes is er tijd om samen te praten over het ras de Schapendoes, over opvoeding van de pups en alles waarmee het eerste jaar rekening gehouden moet worden. Samen met de nieuwe eigenaren probeer ik uit te zoeken welke pup het beste bij de mensen past. In principe zoek ik dus de pup voor de mensen uit, het karakter moet bij het gezin passen en dat is belangrijker dan een keuze op kleur. Met het karakter moet je 14 jaar (hoop ik) samenleven!

Als de pups 8 weken oud zijn, zijn ze klaar voor een volgende stap in het leven en mogen ze met de nieuwe eigenaren mee. De eerste tijd probeer ik veel contact te houden met de nieuwe eigenaren om te horen of alles goed gaat, tips te geven bij de opvoeding e.d. Ik probeer een gezamenlijke wandeling te plannen en motiveer de mensen om op de Jonge-HondenDag van de Schapendoesvereniging aanwezig te zijn. Meestal lukt dat wel en zijn de nesten zo goed als compleet aanwezig. Als dan jouw teefje met de reu en het complete nest pups in de ring staat, met blije eigenaren en gezinnen, dan voel je je als fokker heel trots en gelukkig! Daar doe je het voor.

Fokken wordt nog leuker als er een aantal pups uit je nesten voortgaan in de Schapendoeswereld en als fokteef of dekreu gebruikt worden. Ik probeer dan ook altijd naar mijn “kleinkinderen” te gaan kijken, daarmee wordt de lijn van ʼt Geuzenheim voortgezet.

TOT SLOT
Fokken is geweldig, maar ook: het kost heel veel tijd en inspanning. Als fokker ben je 24 uur per dag, 7 dagen in de week en dat minstens 8 weken lang met de pups bezig. Het is niet alleen de zorg voor de moederhond, maar ook voor de pups (verzorgen, bijvoeren, spenen, spelen, omgeving schoonhouden, knuffelen, socialiseren), maar ook de visite van toekomstige puppy-eigenaren, van vrienden en kennissen. En dan nog de zorg voor de andere honden in huis, dat gaat natuurlijk ook gewoon door. De eerste 2 nesten kon ik de zorg delen met een partner, maar daarna kwam het op mij alleen neer. Naast een parttimebaan viel dat niet mee, het kostte veel vakantiedagen en begrip van mijn collegaʼs. Vrije dagen opsparen was niet het probleem, maar je weet niet tevoren precies wanneer je vrij nodig hebt…. Met hulp van lieve vrienden vanuit de schapendoeswereld en mijn kynologenvereniging is het iedere keer
weer gelukt!

Fokken blijft iets heel moois en bijzonders!
Jeannette de Geus